"Ik vind het heel leuk om te bouwen en om oma te helpen met klusjes in het huis. Het huis is al oud, dus er valt veel te doen. Oma heeft geen geld, dus ik ben blij dat ik kan helpen. Later wil ik monteur of ingenieur worden. Dan kan ik alles bouwen wat ik wil!"
"Mama moet thuis alles alleen doen omdat papa niet meer bij ons woont. Ik hoop dat papa snel weer beter is en terug naar huis komt. Ik ben blij dat ik mama kan helpen met eten maken. Ik vind het ook echt leuk om te koken. Daarom wil ik later chefkok worden!"
"Als ik later groot ben, wil ik juf worden. Ik vind het heel leuk om naar school te gaan, maar helaas kunnen mijn ouders dat niet altijd betalen. Als ik later juf ben, kan ik elke dag nieuwe dingen leren. Dat lijkt me heel leuk! "
"Het allerleukste vind ik om naar school te gaan, maar ik kan niet altijd naar school. De juf zegt dat ik heel goed mijn best doe. Ik wil later net zoals mijn juf zijn. Daarom wil ik leraar worden!"